De yen op een 40-jarig dieptepunt: wat er in Japan gebeurt, wat de VS doet, en wat jij ermee moet
In het kort
- Eén cijferpaar verklaart alles: de Bank of Japan zit op 1%, de Fed op 3,50–3,75%. Zolang dat gat bestaat, stroomt geld uit de yen.
- Twee van de grootste interventies ooit, en na een week was het effect grotendeels verdampt.
- Japan is ruwweg 5% van een wereldwijde ETF. De dollar is er ongeveer 70% van; dáár zit je echte valutarisico.
- Het enige risico dat je moet kennen is de carry trade: een onverwacht snelle Japanse renteverhoging kan een korte, heftige wereldwijde koersdaling geven.
Eind juli kostte één dollar bijna 164 yen. Dat is een niveau dat we sinds het midden van de jaren tachtig niet meer hebben gezien, toen Nederland nog guldens gebruikte en de Japanse economie het schrikbeeld van Amerika was. Vervolgens gebeurde er iets zeldzaams: Japan en de Verenigde Staten grepen samen in op de valutamarkt, voor het eerst in vijftien jaar. De yen schoot binnen drie handelsdagen zo'n 5% omhoog, en zakte daarna alweer een deel terug.
Als je een wereldwijde ETF hebt, zit Japan in je portefeuille. Waarschijnlijk zonder dat je er ooit bewust voor gekozen hebt. Dus: wat gebeurt hier eigenlijk, wie doet wat, en moet je er iets mee?
Korte samenvatting vooraf: er is één oorzaak die alles verklaart, en voor jou als Nederlandse belegger is de impact veel kleiner dan de krantenkoppen suggereren. Maar er is één risicokanaal dat je wél moet begrijpen.
Wat er precies gebeurd is
- Eind juli 2026 tikte de dollar bijna 164 yen aan, een 40-jarig dieptepunt voor de Japanse munt.
- Op 30 juli greep het Japanse ministerie van Financiën in met naar schatting ¥8,45 biljoen. Dat is vermoedelijk de grootste eendagsinterventie ooit door Tokio.
- Op 31 juli volgde de echte primeur: een gecoördineerde interventie samen met het Amerikaanse ministerie van Financiën, ongeveer ¥5,33 biljoen. De eerste gezamenlijke actie in vijftien jaar, openlijk bevestigd door minister Satsuki Katayama.
- Op 3 augustus stond de dollar op ongeveer 155 yen: een beweging van 5% in drie sessies.
- Half augustus was een flink deel van die winst alweer verdampt en zakte de yen terug richting 158 per dollar.
Dat laatste is het belangrijkste zinnetje van dit hele artikel. Twee van de grootste interventies uit de geschiedenis, en na een week was het effect grotendeels weg. Dat vertelt je iets over wat interventies wel en niet kunnen.
En het was niet de eerste poging: tussen eind april en eind mei kocht Japan al voor ongeveer ¥11,7 biljoen aan yen op. Ook toen herstelde de munt tijdelijk, om daarna gewoon verder te zakken.
Waarom de yen zakt: het renteverschil
Vergeet even alle nuances. Eén cijferpaar verklaart het grootste deel.
| Centrale bank | Beleidsrente |
|---|---|
| Bank of Japan | 1,00% |
| Federal Reserve | 3,50% – 3,75% |
Stel je bent een grote belegger met geld dat ergens moet staan. In Japan krijg je 1%. In Amerika krijg je ruim 3,5%, en op een Amerikaanse dertigjarige staatslening zelfs meer dan 5%. Dan verkoop je yen, koop je dollars, en pak je het verschil. Miljoenen beleggers en instellingen doen dat tegelijk, en de yen zakt.
Zolang dat gat van ruwweg 2,5 procentpunt bestaat, is er een structurele stroom uit de yen. Een interventie is dan als hozen in een boot met een gat: het helpt even, maar het gat blijft.
Er komt in Japan nog iets bij. De regering-Takaichi geeft fors uit: een recordbegroting en een groot stimuleringspakket. Beleggers eisen daarvoor een hogere rente op Japanse staatsobligaties, wat op zichzelf de yen zou moeten steunen, maar het voedt ook twijfel over de Japanse staatsschuld op lange termijn. En Japan importeert vrijwel al zijn energie: een zwakke yen maakt olie en gas duurder in yen, wat de inflatie aanjaagt en de koopkracht raakt. De consumptie van Japanse huishoudens daalde in juni met 3,3%, terwijl analisten een stijging verwachtten.
Dat is de kern van Japans dilemma. Een zwakke munt is fijn voor Toyota en Sony, maar pijnlijk voor de gemiddelde Japanner in de supermarkt.
Waarom de Bank of Japan de rente niet gewoon verhoogt
De voor de hand liggende oplossing: verhoog de rente, verklein het gat, en de yen herstelt. Dat doet de BOJ ook, maar tergend langzaam.
Op 31 juli hield de centrale bank de rente op 1%, met acht stemmen voor en één tegen (bestuurslid Hajime Takata wilde naar 1,25%). Dat is nog altijd het hoogste niveau sinds 1995, na een verhoging in juni. Tegelijk waarschuwde de BOJ dat de kerninflatie in de tweede helft van het boekjaar duidelijk boven de 2%-doelstelling kan uitkomen.
- Japan heeft dertig jaar tegen deflatie gevochten. De reflex om te snel te verkrappen zit diep in het institutionele geheugen; ze zijn banger om het herstel te smoren dan om iets te laat te zijn.
- De staatsschuld is enorm. Elke procentpunt hogere rente maakt de rentelast structureel zwaarder.
- Politieke druk. De regering-Takaichi zet in op groei en stimulering, niet op duurdere leningen.
De markt verwacht wel dat het komt: in een enquête onder economen verwachtte 86% een verhoging naar 1,25% vóór eind december, met een discussie over of het in oktober of december gebeurt. En de BOJ zou volgens berichtgeving openstaan voor een sneller tempo als de yen zwak blijft. Onthoud dat, het is straks relevant.
Wat de VS doet, en waarom dat het echte verhaal is
Hier wordt het interessant, want de Amerikaanse rol is dubbel.
Kant 1: Amerika helpt. De gezamenlijke interventie was een politiek signaal van formaat. Minister van Financiën Scott Bessent liet weten dat de VS niet zal aarzelen om opnieuw in te grijpen. Dat is opvallend, want normaal gesproken vindt Washington een sterke dollar prima.
Kant 2: Amerika is de oorzaak. Ondertussen doet de Federal Reserve precies datgene wat de yen onder druk zet. Op 29 juli hield de Fed de rente ongewijzigd op 3,50–3,75%, met 9 stemmen tegen 3. Die drie tegenstemmers, de presidenten van Cleveland, Minneapolis en Dallas, wilden de rente juist verhogen omdat de inflatie al meer dan vijf jaar boven de 2%-doelstelling ligt.
Sinds Kevin Warsh in mei het voorzitterschap overnam, is de toon in Washington duidelijk strenger geworden. Hij heeft inflatie een keuze genoemd en belooft prijsstabiliteit te leveren. Hij geeft bewust minder vooruitzichten aan de markt dan zijn voorgangers. Rond de julivergadering prijsden futuresmarkten een kans van ruim 60% in op een renteverhoging in september.
Zie je de tegenstrijdigheid? Het Amerikaanse ministerie van Financiën koopt yen om de munt te steunen, terwijl de Amerikaanse centrale bank overweegt de rente te verhogen, wat het renteverschil vergroot en de yen juist verder verzwakt. De ene hand duwt, de andere trekt. Daarom werkte de interventie maar een week.
Wat dit betekent voor jouw portefeuille
Nu het deel dat er voor jou toe doet. En hier wil ik heel nuchter zijn, want dit is precies het soort nieuws waarop mensen impulsief handelen.
In een brede wereldwijde ETF is Japan doorgaans de op één na grootste landweging na de Verenigde Staten, maar dat betekent nog altijd ruwweg 5% van je portefeuille. Controleer de actuele weging in het factsheet van jouw fonds, want die schuift met de markt mee.
Reken het even door met een portefeuille van € 25.000. Je Japan-deel is dan ongeveer € 1.250. Beweegt de yen 10% ten opzichte van de euro, dan is het effect op je totale portefeuille ongeveer € 125: een halve procent. Dat is minder dan een gemiddelde handelsdag op de beurs. Terwijl dit wél voorpaginanieuws is.
Het risico dat je wél moet kennen: de carry trade
Dit is het enige onderdeel van dit verhaal dat een wereldwijde belegger echt kan raken.
Decennialang was yen lenen praktisch gratis. Beleggers leenden daarom in yen en zetten dat geld in hoger renderende beleggingen wereldwijd. Dat heet een carry trade. Het werkt prima, tot de yen plotseling sterk wordt. Dan moeten al die beleggers hun yen-lening tegen een duurdere koers terugbetalen, verkopen ze massaal hun beleggingen om dat te kunnen doen, en valt alles tegelijk.
Dat is precies wat op 5 augustus 2024 gebeurde: de Nikkei zakte in één dag ruim 12%, de volatiliteitsindex VIX schoot omhoog, en het rimpelde door tot in crypto. Aanleiding: een onverwachte renteverhoging van de BOJ. En weet je nog wat de markt nu verwacht? Een BOJ-verhoging in oktober of december.
Voordat je in paniek raakt: de situatie is dit keer minder gespannen. Na de gezamenlijke interventie van eind juli daalden de brede carry-indices ongeveer 1%, tegenover zo'n 4% in augustus 2024. Strategen wijzen erop dat lang niet alles meer met yen gefinancierd wordt; beleggers gebruiken tegenwoordig ook andere goedkope valuta's. De structuur is minder eenzijdig dan twee jaar geleden.
Maar het scenario om in je achterhoofd te houden is helder: een BOJ die sneller verhoogt dan verwacht, kan een korte, heftige wereldwijde koersdaling veroorzaken die niets te maken heeft met de kwaliteit van de bedrijven die je bezit.
Wat je nu concreet doet, en niet doet
Niet doen: valuta afdekken op basis van dit nieuws. Hedged varianten van wereldwijde ETF's bestaan, maar kosten extra en dekken meestal vooral het dollarrisico af. Een valuta-afdekking kiezen ná een grote koersbeweging is per definitie te laat: je verzekert je tegen iets dat al gebeurd is.
Niet doen: tactisch Japan bijkopen omdat het goedkoop lijkt. De Nikkei stond dit voorjaar op een recordniveau en handelt boven zijn historische waarderingsgemiddelde. Een zwakke munt en een goedkope beurs zijn twee verschillende dingen.
Niet doen: verkopen om even af te wachten. De kans dat je precies het juiste moment kiest om zowel uit te stappen als weer in te stappen, is klein.
Wel doen: opzoeken wat er écht in je fonds zit. Pak het factsheet van je ETF erbij en kijk naar de landenverdeling en de valutaverdeling. De meeste beleggers die gewoon wereldwijd beleggen, weten niet dat ze voor circa 70% in dollars zitten. Dat is geen fout, het is een logisch gevolg van marktkapitalisatie volgen, maar je hoort het bewust te weten.
Wel doen: je maandelijkse inleg gewoon door laten lopen. Als de carry trade ooit weer knapt, koop je met je automatische inleg simpelweg goedkoper. Dat is geen dapperheid, dat is een systeem dat je van tevoren instelt zodat je het op het moment zelf niet hoeft te bedenken.
Wel doen: dit als les over valuta gebruiken. Valutabewegingen zijn ruis op de lange termijn en lawaai op de korte termijn. Over een periode van dertig jaar bepalen bedrijfswinsten je rendement, niet wisselkoersen. Over een periode van drie maanden kan het precies andersom voelen.
De samenvatting in vier zinnen
De yen zakt omdat het renteverschil tussen Japan en Amerika groot is, en interventies veranderen dat verschil niet. De VS helpt Japan met valuta-aankopen, terwijl de Fed tegelijk de rente hoog houdt en het probleem daarmee in stand houdt. Voor jouw wereldwijde ETF is Japan zo'n 5% van je portefeuille en dus grotendeels ruis. Het enige echte risico is een carry-trade-schok bij een onverwacht snelle Japanse renteverhoging: kortstondig, heftig, en precies het moment waarop niets doen het meest oplevert.
Dit artikel is uitsluitend educatief en algemeen van aard en vormt geen beleggingsadvies. Genoemde koersen, rentestanden en marktverwachtingen zijn een momentopname van 9 augustus 2026 en veranderen dagelijks. Rendementen uit het verleden bieden geen garantie voor de toekomst. Beleggen brengt risico's met zich mee, waaronder het verlies van (een deel van) je inleg.
Wil je dit direct doorrekenen?
Gebruik onze rendement-simulator om te zien wat dit concreet betekent voor jouw spaargeld of maandelijkse inleg.
Open de simulatorGerelateerde artikelen
Time in the market verslaat timing the market
Wachten op het perfecte instapmoment voelt verstandig, maar kost statistisch bijna altijd rendement. De cijfers achter de bekendste beurswijsheid, en wat je in plaats daarvan doet.
Wat kosten écht met je rendement doen (en hoe je erop let)
Eén procent kosten klinkt verwaarloosbaar. Over dertig jaar beleggen kost het je tienduizenden euro's. Waarom kosten de enige zekerheid in beleggen zijn, en waar je op moet letten.