De inkomstenbelasting in Nederland is verdeeld in drie 'boxen'. Box 1 is je inkomen uit werk, box 2 is voor grootaandeelhouders, en box 3 gaat over je vermogen: je spaargeld en je beleggingen. Zodra je begint met sparen en beleggen, krijg je vroeg of laat met box 3 te maken. Geen paniek: voor de meeste starters is de heffing nul of heel klein.
Wat telt er mee als vermogen?
- Spaargeld op al je rekeningen, ook je noodbuffer.
- Beleggingen: aandelen, ETF's, obligaties en beleggingsfondsen.
- Crypto, zoals bitcoin, tegen de waarde op de peildatum.
- Een tweede woning of verhuurd vastgoed.
- Min je schulden boven een drempel (bijvoorbeeld een studieschuld).
Je eigen huis (waar je zelf woont) en je pensioen via je werkgever tellen NIET mee in box 3. Die zitten in een andere box of zijn vrijgesteld.
Het heffingsvrije vermogen: de vrijstelling
Je betaalt pas belasting over het deel van je vermogen bóven een bepaalde grens: het heffingsvrije vermogen. Blijf je daaronder, dan betaal je niets. Heb je een fiscaal partner, dan telt de dubbele vrijstelling voor jullie samen. Precies dáárom hebben veel beginnende beleggers met bescheiden bedragen nog geen box 3 te betalen.
De regels op dit moment (indicatief, 2025/2026)
- Heffingsvrij vermogen: ongeveer €57.700 per persoon, dus circa €115.400 samen met een fiscaal partner. Daaronder betaal je niets.
- Tarief: 36% over het (fictieve) rendement boven de vrijstelling.
- Fictief rendement op spaargeld: laag, ongeveer 1,4% per jaar. Sparen wordt dus licht belast.
- Fictief rendement op beleggingen en overig vermogen: veel hoger, ongeveer 5,9% per jaar. Beleggen weegt hierdoor zwaarder dan sparen in box 3.
- Schulden: boven een drempel (ongeveer €3.800 per persoon) mag je die van je vermogen aftrekken.
Belangrijk: deze bedragen en percentages worden élk jaar aangepast, en het stelsel gaat de komende jaren over naar een heffing op je wérkelijke rendement in plaats van een fictief percentage. Gebruik de cijfers hierboven als richtlijn, niet als exacte aanslag, en controleer de actuele waarden op belastingdienst.nl.
Rekenvoorbeeld met de huidige regels
Stel je hebt op 1 januari €40.000 aan spaargeld en beleggingen. Dat zit onder de vrijstelling van ±€57.700, dus je betaalt €0. Groei je naar €80.000 aan beleggingen, dan betaal je alleen over de ±€22.300 daarboven: 5,9% verondersteld rendement is ±€1.316, en daarvan 36% belasting is ongeveer €474 voor dat jaar. Op je hele vermogen komt dat neer op een kleine 0,6%.
De peildatum: 1 januari bepaalt alles
Box 3 kijkt naar één moment: hoeveel vermogen had je op 1 januari om 0:00 uur? Dat bedrag telt voor het hele jaar. Verkoop je in maart alles, dan verandert dat niets meer aan je aanslag over dat jaar. Wat je pas ná 1 januari koopt, telt pas volgend jaar mee.
Hoe wordt het berekend?
Op dit moment rekent de Belastingdienst met een 'verondersteld' (fictief) rendement: een vast percentage dat hoger is voor beleggingen dan voor spaargeld, ongeacht wat je écht verdiende. Over dat veronderstelde rendement betaal je dan een belastingtarief. Dit stelsel ligt al jaren onder vuur en gaat de komende jaren over naar een belasting op je wérkelijke rendement.
Wil je zien wat box 3 bij jouw bedragen kost? Gebruik onze box 3-calculator. Voor je pensioendoel op lange termijn rekent onze FIRE-calculator de heffing ook mee.
Belangrijkste boodschap: laat box 3 je niet afschrikken om te beginnen. Voor kleine vermogens is de heffing beperkt of nul, en het is nooit een reden om níet te beleggen. Bedragen en regels wijzigen jaarlijks, dus check je eigen situatie altijd op belastingdienst.nl.
Dit is algemene, educatieve uitleg en geen fiscaal of financieel advies. Bedragen, grenzen en regels wijzigen jaarlijks en jouw situatie kan afwijken. Controleer je eigen situatie bij belastingdienst.nl en toeslagen.nl.