Ga naar hoofdinhoud
Terug naar blog
BasisprincipesBeginner

Box 3 berekenen in 2026: wat betaal je écht over je vermogen?

8 min leestijd

In het kort

  • Alleen je stand op 1 januari telt: wat je daarna doet verandert niets meer aan je aanslag over dat jaar.
  • Beleggingen worden met 6,00% belast en spaargeld met 1,28%, waardoor een belegger met hetzelfde vermogen fors meer betaalt.
  • Was je werkelijke rendement lager dan het forfait, dan hoef je niet met het forfait te rekenen.

Er staat veel verouderde informatie over box 3 online. Dat is geen verwijt aan de schrijvers: de regels zijn de afgelopen jaren zo vaak veranderd, teruggedraaid en opnieuw aangepast dat het bijna niet bij te houden is. Maar het betekent wel dat je nu artikelen vindt met percentages die simpelweg niet meer kloppen.

Dus laten we bij het begin beginnen. Wat betaal je werkelijk over je vermogen, en hoe reken je dat zelf uit?

Wat is box 3 precies?

De Nederlandse inkomstenbelasting kent drie boxen. Box 1 gaat over inkomen uit werk en woning, box 2 over aanmerkelijk belang, en box 3 over inkomen uit sparen en beleggen.

Dat laatste woord is belangrijk: box 3 belast inkomen, niet vermogen. Dat klinkt als een detail, maar het is de kern van alle discussie van de afgelopen jaren. De Belastingdienst weet namelijk niet hoeveel jij daadwerkelijk hebt verdiend op je spaargeld en beleggingen. Daarom werkt het systeem met een forfaitair rendement: een aangenomen rendement per categorie vermogen. Over dat fictieve rendement betaal je belasting — of je het nu echt hebt behaald of niet.

  • spaargeld en betaalrekeningen
  • beleggingen: aandelen, ETF's, obligaties
  • crypto
  • een tweede woning of beleggingspand
  • uitgeleend geld en vorderingen

Je eigen woning valt er níét onder (die zit in box 1), net als je pensioen en je auto.

De percentages voor 2026

Peildatum is 1 januari. De waarde van je vermogen op die dag bepaalt je belasting voor het hele jaar. Wat je daarna doet — bijstorten, verkopen, een crash meemaken — verandert niets meer aan je aanslag over dat jaar.

CategorieForfaitair rendement 2026
Banktegoeden (spaar- en betaalrekeningen)1,28% (voorlopig)
Overige bezittingen (beleggingen, crypto, vastgoed)6,00%
Schulden2,70% (voorlopig)

Over het berekende rendement betaal je 36% belasting.

Let op het woord 'voorlopig' in die tabel. De percentages voor banktegoeden en schulden worden pas na afloop van het jaar definitief vastgesteld, omdat ze gebaseerd zijn op de werkelijke rentestanden gedurende het jaar. Het percentage voor overige bezittingen staat wel vast.

En dit is de reden dat er zoveel verwarring bestaat: in de eerste plannen voor 2026 zou het forfait voor beleggingen naar 7,78% gaan en zou het heffingsvrij vermogen dalen naar € 51.396. Die maatregelen zijn eind 2025 teruggedraaid. Kom je die getallen ergens tegen, dan lees je verouderde informatie.

Het heffingsvrij vermogen

Niet je hele vermogen wordt belast. Over de eerste € 59.357 betaal je niets. Heb je een fiscaal partner, dan geldt samen € 118.714.

Ter vergelijking: in 2025 was dit nog € 57.684 per persoon. De vrijstelling is dus meegestegen met de inflatie.

Daarnaast bestaan er enkele specifieke vrijstellingen:

  • Contant geld: € 672 per persoon (€ 1.344 met partner).
  • Groene beleggingen: € 26.715 per persoon (€ 53.430 met partner), plus een heffingskorting van 0,1%.

Die groene vrijstelling verdwijnt overigens snel: in 2027 is het nog maar € 200 per persoon en vanaf 2028 vervalt hij helemaal. Wie daar nu gebruik van maakt, moet daar rekening mee houden.

Schulden mag je aftrekken, maar niet allemaal: de eerste € 3.800 is een drempel (€ 7.600 met een fiscaal partner). Alleen wat daarboven uitkomt verlaagt je grondslag. In de box 3-calculator vul je je schulden gewoon in en zie je meteen welk deel meetelt.

Zo bereken je het, stap voor stap

De berekening is ingewikkelder dan 'vermogen maal percentage'. Dat komt doordat het heffingsvrij vermogen niet zomaar van je vermogen wordt afgetrokken, maar via een verhoudingsgetal wordt toegepast. Zes stappen.

Rekenvoorbeeld: de spaarder

Sanne is alleenstaand en heeft op 1 januari € 150.000 op haar spaarrekening. Geen schulden, geen beleggingen.

StapBerekeningBedrag
1. Belastbaar rendement€ 150.000 × 1,28%€ 1.920
2. RendementsgrondslagBezittingen min aftrekbare schulden€ 150.000
3. Grondslag sparen en beleggen€ 150.000 − € 59.357€ 90.643
4. Aandeel€ 90.643 / € 150.00060,43%
5. Voordeel uit sparen en beleggen€ 1.920 × 60,43%€ 1.160
6. Belasting€ 1.160 × 36%€ 418

Effectief betaalt Sanne dus ongeveer 0,28% van haar vermogen aan belasting.

Rekenvoorbeeld: de belegger

Thomas is ook alleenstaand en heeft hetzelfde bedrag: € 150.000. Maar dan volledig belegd in ETF's.

StapBerekeningBedrag
1. Belastbaar rendement€ 150.000 × 6,00%€ 9.000
2. RendementsgrondslagBezittingen min aftrekbare schulden€ 150.000
3. Grondslag sparen en beleggen€ 150.000 − € 59.357€ 90.643
4. Aandeel€ 90.643 / € 150.00060,43%
5. Voordeel uit sparen en beleggen€ 9.000 × 60,43%€ 5.439
6. Belasting€ 5.439 × 36%€ 1.958

Zelfde vermogen, bijna vijf keer zoveel belasting: € 1.958 tegenover € 418. Effectief zo'n 1,31%.

Dit verschil is het meest onderschatte aspect van box 3. De Belastingdienst gaat ervan uit dat Thomas 6,00% rendement maakt. Behaalt hij dat, dan is de heffing te overzien. Maar in een jaar waarin de beurs 10% daalt, betaalt hij nog steeds diezelfde € 1.958 — over rendement dat hij nooit heeft gehad.

En precies daar zit de reden dat het systeem al jaren juridisch onder vuur ligt.

Wat als je werkelijke rendement lager was?

Dan hoef je niet met het forfait te rekenen. Via de tegenbewijsregeling kun je aantonen dat je echte rendement lager uitviel, en betaal je over dat lagere bedrag. Dat scheelt in slechte beursjaren serieus geld.

Er zitten wel voorwaarden aan. Zo tellen ook ongerealiseerde koerswinsten mee, dus waardestijgingen van beleggingen die je niet hebt verkocht. En je moet je hele box 3-vermogen meenemen, niet alleen het deel dat slecht presteerde.

Lees verder: wanneer de tegenbewijsregeling geld oplevert en hoe je je werkelijke rendement precies berekent.

Wat verandert er hierna?

Het huidige systeem is een overbruggingsstelsel. De bedoeling is dat er een nieuw stelsel komt waarin je wordt belast op je werkelijke rendement in plaats van op een forfait. Wanneer dat ingaat, staat niet vast: de invoering is al meerdere keren verschoven. Tot die tijd blijft het forfaitaire systeem met tegenbewijs gelden.

Wie nu al bijhoudt wat zijn werkelijke rendement is, heeft straks geen probleem — en kan er vandaag al belasting mee besparen.

Wat kun je zelf doen?

  • Ken je peildatum. Alleen 1 januari telt. Een grote aankoop of aflossing in december kan je aanslag voor het hele volgende jaar beïnvloeden.
  • Weet of tegenbewijs loont. Dat kun je pas beoordelen als je weet wat je werkelijke rendement was, inclusief ongerealiseerde waardeveranderingen. Je moet dus je beginstand en eindstand per jaar bijhouden.
  • Reken vooruit, niet achteraf. De meeste mensen ontdekken hun box 3-last als de aanslag op de mat ligt. Dan is het te laat om er iets aan te doen.

Reken je eigen situatie door met de box 3-calculator, of houd je vermogen het hele jaar bij in je eigen overzicht. Wil je eerst de basis? Die staat in de startgids over vermogensbelasting.

Dit artikel is uitsluitend educatief en algemeen van aard en vormt geen fiscaal advies. Bedragen en percentages veranderen jaarlijks; controleer je eigen situatie altijd bij de Belastingdienst of bij een fiscalist.

Wil je dit direct doorrekenen?

Gebruik onze rendement-simulator om te zien wat dit concreet betekent voor jouw spaargeld of maandelijkse inleg.

Open de simulator

Gerelateerde artikelen